Home » Spookverhalen » Huwelijk en seksualiteit

Seksualiteit

De opvattingen van de Kerk over seksualiteit
 
De Kerk heeft duidelijke opvattingen over seksualiteit. Ook dit standpunt wordt regelmatig verkeerd, of erg ongenuanceerd, weergegeven.
De Kerk stelt dat seks alleen binnen een tussen een man een vrouw gesloten huwelijk thuishoort.
Door ook buiten het huwelijk seksueel actief te zijn, gaan mensen in tegen de natuurlijke orde die volgens de Kerk moreel goed is.
Promiscuïteit – het seksueel zeer actief zijn, buiten het huwelijk – is een verschijnsel dat heel negatieve gevolgen heeft voor onze maatschappij (pornografie, porno- en seksverslaving, echtscheiding, ontwrichte gezinnen, seksueel overdraagbare aandoeningen, abortus).
De Kerk ziet dat heel scherp, en bestrijdt dat door haar eigen tegenovergestelde visie op de seksualiteit.
 
Standpunt Kerk
 
Vaak hoor je zeggen dat de Kerk vindt dat seks alleen gericht mag zijn op het krijgen van kinderen, en niet op het hebben van genot. Dat is niet waar.
Wel zegt de kerk dat gehuwden open moeten staan voor het krijgen van kinderen, waarbij geboorteregeling is toegestaan. Het erotisch begeren tussen een man en een vrouw is een onderdeel van de seksualiteit.  
Uit het feit dat de Kerk een natuurlijke vorm van geboorteregeling goedkeurt, blijkt al dat seks ook kan plaatsvinden op momenten dat er geen kinderen verwekt kunnen worden.
 
Maar het gaat er om dat een man en een vrouw zich volledig wederzijds aan elkaar overgeven.
Daarbij past niet het gebruik van kunstmatige voorbehoedsmiddelen, die tot doel hebben de voortplanting onmogelijk te maken. Want dan gaat het er niet meer om dat man en vrouw zich volledig, met hun hele persoon (lichaam en geest) aan elkaar geven.
Bij natuurlijke gezinsplanning ligt dat anders. Dan wordt gebruik gemaakt van de onvruchtbare periodes door zelfobservatie. Het lichaam van de echtgenoten wordt dan geëerbiedigd, en de wederzijdse tederheid bevorderd. (overigens is de methode van natuurlijke gezinsplanning bewezen effectief).
 
Kuisheid is in het geloof belangrijk. Dat geldt ook voor gehuwden.  
God heeft man en vrouw voor elkaar bestemd. Door elkaar hun liefde te geven en open te staan voor nieuw leven als vrucht van hun liefde, vormen ze een beeld van de liefde van God.
 
verliefd-stel.large.jpg
 
Het sacrament van het huwelijk komt tot stand door een belofte van trouw van een man
en een vrouw. Deze belofte wordt in het openbaar uitgesproken ten overstaan van God en van de kerkgemeenschap, die vertegenwoordigd wordt door getuigen. De priester (of een andere persoon die door de kerk daarvoor de bevoegdheid heeft gekregen) roept Gods zegen over het paar af.
Het is niet een priester die het huwelijkssacrament toedient, maar man en vrouw dienen het elkaar toe. Het huwelijk wordt voltrokken door de lichamelijke vereniging van het nieuwe paar.
Man en vrouw moeten vrij zijn van elke verplichting of dwang. Zij schenken zich aan elkaar om - tot de dood hen scheidt - een volkomen levensgemeenschap te vormen die openstaat voor het ontvangen van kinderen.
 
 
Persoonlijke visie
 
Ik kijk met groot respect naar het ideaal dat de Kerk ons voorhoudt. Tegelijk moet ik (zoals de Kerk ook leert) mijn geweten volgen. Dan kom ik tot de volgende opmerkingen.
Als een echtpaar kunstmatige voorbehoedsmiddelen gebruikt om te voorkomen dat de vrouw in verwachting raakt, is dat in mijn ogen niet verkeerd. Dat zou anders liggen indien dat echtpaar per definitie geen kinderen wil, en dat de vrouw daarom de pil gebruikt. De wens van een getrouwd paar om kinderen te krijgen hoort bij het huwelijk. Maar als zij al enkele kinderen hebben, dan is er in mijn ogen niets op tegen dat zij willen voorkomen dat hun kindertal blijft groeien, zoals in de ‘ouderwetse katholieke gezinnen’, waar het heel normaal was om tien of meer kinderen te hebben.
De Kerk staat een natuurlijke vorm van geboortebeperking toe, zoals de ‘methode-Billings’, waarbij door kennis van het lichaam van de vrouw op een betrouwbare manier periodieke onthouding kan worden toegepast. Dan zie ik ook geen principieel bezwaar tegen het gebruik van kunstmatige voorbehoedsmiddelen.
 
Homoseksualiteit
 
De Kerk ziet homoseksualiteit als een afwijking van de natuurlijke orde, omdat seksualiteit is gericht op vruchtbaarheid en van nature thuishoort in de relatie tussen man en vrouw.
In de katechismus staat dat homo’s met respect, begrip en fijngevoeligheid moeten worden behandeld. Discriminatie moet worden vermeden.
Tegelijk leert de Kerk dat homoseksuelen tot kuisheid zijn geroepen, hetgeen betekent dat zij geen homoseksuele handelingen mogen verrichten.
 
Op grond van mijn geweten kom ik omtrent homoseksualiteit tot een mening die deels afwijkt van de officiële kerkelijke leer. Indien iemand van nature zo is, dat hij alleen seksueel wordt aangetrokken door personen van het zelfde geslacht, dan is het de vraag waarom iemand daar niet aan toe mag geven.
Het eerder genoemde promiscue (losbandige) gedrag is bij homo’s net zo goed af te wijzen als bij hetero’s. Maar als een homo houdt van een andere homo en daarmee een monogame relatie aanknoopt, is daar naar mijn mening niets mis mee.
Al kun je stellen dat een seksuele relatie tussen twee mannen of twee vrouwen onnatuurlijk is,  dat neemt niet weg dat de geaardheid van die personen een gegeven is. Voor hen is het nu eenmaal hun natuur, en in die zin is het wel natuurlijk. Als zij daar op een gewetensvolle wijze mee omgaan, dan mogen zij doen wat voor hun persoonlijke geaardheid natuurlijk is, aangezien zij daarmee verder niemand schade toebrengen. Ik kan het niet met mijn geweten verenigen om dat te veroordelen, en ik vind dat een homo moet worden gegund om zijn seksuele geaardheid in de praktijk te brengen.
Om het persoonlijk te maken: indien een van mijn kinderen homoseksueel zou blijken te zijn, en een vaste partner van het zelfde geslacht hebben, dan zou ik zowel mijn kind als diens partner liefdevol accepteren. 
 
Het is daarom mijn hoop dat de Kerk ten aanzien van dit punt tot een wijziging van haar standpunt komt. Immers, de Kerk kan zich vergissen. Dat is in het verleden gebeurd, en er is geen reden om aan te nemen dat dit nu niet meer kan gebeuren.
Ik voeg hier direct aan toe dat er veel broodje aap-verhalen de ronde doen over die fouten in het verleden, waarbij zaken verkeerd worden weergegeven, of uit hun historische context gehaald. Niettemin, paus Johannes Paulus II heeft in 2000 excuses gemaakt voor fouten die de Kerk in het verleden heeft gemaakt, en dat deed hij niet voor niets. 
Mijn basishouding is dat de Kerk vooral veel goeds heeft gedaan, een positieve invloed heeft gehad op de wereld, en boven alles de onmisbare boodschap van Christus levend houdt.
 
Terug naar de homoseksualiteit; het is naar mijn overtuiging een noodzaak om te erkennen dat mensen die nu eenmaal met deze geaardheid zijn geboren het recht hebben om op een beheerste wijze hun seksualiteit te beleven. Homoseksualiteit is niet behandelbaar. Het is onjuist om te beweren dat dat wel zo is. In  gevallen waar dat wel het geval leek te zijn, was sprake van incidenten waar in feite iets anders aan de hand is. Overigens, bij mijn weten leert de Kerk ook niet dat homoseksualiteit behandelbaar zou zijn.  
 
Homohuwelijk
 
Een andere kwestie is het homohuwelijk. Het is begrijpelijk dat het voor twee personen die samenwonen als vaste partners belangrijk is dat hun juridische positie wordt geregeld. Dat kan door een geregistreerd partnerschap tussen personen van hetzelfde geslacht wettelijk te regelen. In Nederland was dat het geval; voorafgaand aan de invoering va het homohuwelijk is in 1998 geregistreerd partnerschap voor personen van hetzelfde geslacht wettelijk geregeld.
 
 
De Kerk verzet zich er wel tegen dat wordt gedaan alsof een verbintenis tussen homo’s hetzelfde is als een heterohuwelijk. Er zijn nu eenmaal verschillen, en dat is een feit.
 
Ter verduidelijking de volgende vergelijking.
Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk. Ik kan wel eisen dat een man het recht heeft om kinderen te baren, maar dat is een absurde eis. Zo’n eis vloeit rechtstreeks voort uit een overdreven gelijkheidsdenken (zie ook hieronder bij 'Gelijkheidsbeginsel?').
Zoals het baren van kinderen is voorbehouden aan vrouwen, zo is het huwelijk – van oudsher - een verbintenis tussen een man en een vrouw. Het huwelijk is er op gericht een gezin te stichten, en heeft in potentie die mogelijkheid. Dat geldt niet voor een huwelijk tussen homo’s, aangezien dezen niet in staat zijn om gezamenlijk een kind te krijgen.
De Kerk leert dat het huwelijk een sacrament is, een door God geheiligde verbintenis tussen een man en een vrouw.
 
Je zou kunnen zeggen dat het getuigt van een geforceerd gelijkheidsdenken om het huwelijk officieel mogelijk te maken voor homostellen.
Zoals ik al schreef, kan door wetgeving worden voorkomen dat homostellen die samen een leven willen opbouwen in een slechtere juridische positie komen dan een heterostel dat met elkaar trouwt.
De Kerkelijke leer gaat er van uit dat er nu eenmaal verschil is tussen twee mannen, of twee vrouwen, samen, en een man en een vrouw samen. Huwelijk en gezin horen bij een verbintenis tussen een man en een vrouw.
 
Het grote verschil tussen het geregistreerd partnerschap en het huwelijk voor homo’s is, dat door het huwelijk in beginsel de kans voor het echtpaar om kinderen te adopteren veel groter wordt (in andere landen is het alléén mogelijk voor gehuwden).
In mijn ogen zou het adopteren van een kind altijd moeten worden benaderd vanuit het belang van het kind, en niet vanuit de potentiele adoptieouders. Dan zou het kind in de meest natuurlijke situatie moeten worden geplaatst, met een man en een vrouw in de rol van vader en moeder.
Op de pagina achtergrondartikelen wordt dit uitgediept.  
 
Voor alle duidelijkheid: de Kerk wijst ieder geweld tegen homo’s heel nadrukkelijk af. Ook als zij praktiserend homo zijn. (noot voorbeeld resolutie VN en Boris Dittrich)
 
Terzijde wijs ik er op dat homo’s in de Kerk priester kunnen worden en dat gebeurt ook. Zij zullen zich dan – net als niet-homo’s – moeten houden aan het celibaat, dus geen praktiserend homo mogen zijn.
 
Overigens hoef je geen christen te zijn om het homohuwelijk een merkwaardig fenomeen te vinden. Ook mensen als schrijver-dichter en homo Gerrit Komrij, en de populaire columnist Martin Bril (beide overleden), vonden het homohuwelijk maar onzin.
 
Protesten tegen homohuwelijk in Frankrijk
In Frankrijk zijn eind 2012 en in 2013 zeer massale betogingen geweest tegen de invoering van het homohuwelijk. Het succes van deze demonstraties had mede te maken met het feit dat deze geen homofobe insteek en uitstraling hadden. Het boegbeeld van het verzet tegen het homohuwelijk - cabaretière Frijide Barjot -  verkondigde luid en duidelijk dat zij niets tegen homoseksualiteit en tegen geregistreerd partnerschap heeft, maar dat ze tegenstander is van de mogelijkheid die homo’s zouden krijgen om kinderen te adopteren.  
De demonstranten waren van mening dat kinderen recht hebben op een vader en een moeder die man en vrouw zijn. Er is geen goede reden om te stellen dat twee mannen of twee vrouwen, die samen onmogelijk een kind kunnen voortbrengen, het recht hebben om en kind te adopteren. Het is andersom , een kind heeft van nature het recht op een vader en een moeder, en de overheid heeft niet het recht om dat aan een kind te ontnemen (en het gegeven dat niet alle kinderen een vader en een moeder hebben, is geen reden om daar anders over te denken. Net zo min als het gegeven dat homo's heel goede ouders kunnen zijn).
 
De publiciteit rond de demonstraties leidde ertoe dat meer mensen in Frankijk echt over de kwestie gingen nadenken. Uit enquêtes bleek dat de meerderheid die voor het homohuwelijk was, steeds meer slonk.
De demonstraties riepen agressie op bij voorstanders.
Vreedzame demonstranten, waaronder veel gezinnen, werden soms op een onbegrijpelijk hardhandige manier aangepakt door de politie.
De voorzitter van de Franse Senaat schreeuwde tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tegen een luidruchtige demonstrant op de tribune “de vijand van de democratie heeft niets te zoeken op de tribune. Wegwezen!”. Ik betwijfel of hij tegen demonstranten  die zich over een ander onderwerp rumoerig gedragen op de tribune dergelijke felle bewoordingen zou hanteren. Natuurlijk worden besluiten in een democratie genomen door het parlement, maar het is niet zo dat die betoger daar tegen was; hij wilde tot het laatste moment invloed als burger van die zelfde democratie laten gelden. Dat de Senaatsvoorzitter deze woorden gebruikt, is een statement gericht tot de tegenstanders van het homohuwelijk, namelijk : “jullie mening deugt niet”, en eigenlijk zelfs : “jullie deugen niet”. Het waren juist de woorden van de voorzitter die niet deugen.
In deze periode werd in Parijs een Nederlandse homo in elkaar geslagen. Hij bracht foto’s  van zijn opgezwollen gezicht naar buiten die uitgebreid in de media kwamen. Het slachtoffer en vele anderen verweten de demonstranten dat zij dit soort geweld stimuleerden. Maar de grote meerderheid van de demonstranten wil helemaal niets weten van geweld tegen homo’s, en het werd door alle leiders van de protesten veroordeeld. Het is kwalijk dat dit trieste incident is aangegrepen om andersdenkenden de mond te snoeren.
 
Gelijkheidsbeginsel?
 
Tegenstanders van het homohuwelijk wordt verweten dat zij discrimineren “omdat homo’s gelijk rechten hebben als hetero’s”. Dat is geen reëel verwijt.
Er kan pas sprake zijn van ongerechtvaardigde discriminatie indien gelijke gevallen ongelijk worden behandeld.
Homo’s en hetero’s zijn als mensen gelijkwaardig.
Zo zijn ook mannen en vrouwen gelijkwaardig. Maar zij zijn daarmee nog niet elkaars gelijken. Er zijn immers verschillen. Wezenlijke verschillen.
Een vrouw heeft de door de natuur gegeven mogelijkheid een kind te dragen en ter wereld te brengen. Zij heeft daardoor ook het natuurlijke recht om een kind te baren.
Een man heeft niet van nature de mogelijkheid om een kind in zijn lichaam te laten groeien.
 
Het is onzinnig om de natuur te verwijten dat de man niet óók in zijn lichaam de gelegenheid heeft gekregen om kinderen te baren. Dan drijf je het gelijkheidsdenken in het absurde door.
Zoals de natuur het alléén voor een vrouw mogelijk maakt een kind te dragen, zo maakt ze het alléén aan een man een vrouw gezamenlijk mogelijk om een kind te concipiëren, een kind te maken.
 
Dit is de basis van het natuurrecht waarop de Kerk haar standpunt tot afwijzing van het homohuwelijk baseert.
Dit natuurrecht is niet iets primitiefs of achterlijks. Integendeel, het natuurrecht is uiteindelijk de basis voor de idee van de fundamentele mensenrechten (zoals vastgelegd in internationale verdragen, als bv. de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens).
Die rechten gelden altijd, óók als de wetgever in een staat op enige plaats of enig moment anders besluit.
 
Het openstaan voor de mogelijkheid van het krijgen van kinderen, is het meest essentiële aspect van het huwelijk, van de verbintenis tussen een man en een vrouw.
Precies zo is het instituut van het huwelijk in de menselijke geschiedenis tot stand gekomen en bedoeld. De Kerk houdt vast aan dit uitgangspunt.
Omdat man en vrouw weliswaar gelijkwaardig, maar toch wezenlijk anders zijn, hebben zij van nature ieder een eigen rol te vervullen als vader en moeder.
Een kind ontvangt die unieke eigen invloeden van beide ouders. Dat is goed en natuurlijk.
 
Bij het homohuwelijk is – anders dan bij het geregistreerd partnerschap, waar het vermogensrechtelijke aspect op de voorgrond staat – het recht om als adoptieouders te kunnen fungeren in feite het punt waar het om gaat.
Zoals ik hiervoor al schreef: het adopteren van een kind behoort puur en alleen te worden beoordeeld vanuit het belang van het kind.
Het gaat niet om het recht van een paar om kinderen te mogen hebben, maar om het recht van het kind om te worden opgevoed door ouders.
De tegenstanders van het homohuwelijk stellen dat een kind recht heeft op een vader en een moeder. Zij vinden dat het goed is dat een kind wordt opgevoed door een man en een vrouw, omdat vrouwen en mannen van nature van elkaar verschillen en ieder een eigen, unieke rol vervullen. Dan heb ik het niet over traditionele rollenpatronen, maar over de werkelijk andere aard van de aan elkaar gelijkwaardige, maar niet gelijke, man en vrouw.