Home » Spookverhalen » Tweede wereldoorlog, paus Pius XII

Paus en Kerk in de tweede wereldoorlog

De houding van de paus en de Kerk in de tweede wereldoorlog
 
Over dit onderwerp bestaan zeer hardnekkige misvattingen.
Bij veel mensen leeft de gedachte dat de rol van de Kerk in de oorlog kwalijk is geweest, of lafhartig, of zelfs collaborerend met de nazi’s.
De vraag is natuurlijk of dit soort verwijten terecht zijn.
Naar mijn overtuiging is dat niet het geval.
Sterker nog, er zou juist grote waardering moeten zijn voor de wijze waarop de Kerk zich heeft gedragen.
 
De beeldvorming
 
Waar komt de negatieve beeldvorming vandaan? Een belangrijke oorzaak is het verschijnen van het toneelstuk “Der Stellvertreter” door de linkse Duitse schrijver Rolf Hochhuth in 1963.
Hij schetst in zijn stuk een beeld alsof paus Pius XII niets heeft gedaan tegen de Jodenvervolging door de nazi’s. Met de waarheid had dit niet veel te maken, en des te meer met de politieke overtuiging van Hochhuth die niets moest hebben van Kerk en godsdienst.
De communisten, met name de toenmalige communistische regimes van de Sovjet-Unie en in Oost-Europa, deden hun best om dit beeld te versterken. Zij hadden er alle belang bij de geloofwaardigheid van de Kerk te ondergraven.
In latere boeken als die van Daniel Goldhagen en John Cornwell (in zijn beruchte boek ‘Hitler’s paus’) is op basis van slecht bronnenonderzoek en een bevooroordeelde blik het negatieve beeld over Pius XII bevestigd.
 
De feiten laten echter een heel ander verhaal zien.
In de eerste periode na de tweede wereldoorlog was er heel breed veel waardering voor de rol van de paus en de Kerk, zeker ook in Joodse kringen.
Zo schreef de opperrabbijn van Rome, Israel Zolli in 1945 in zijn dagboek dat het Jodendom veel te danken heeft aan Pius XII. “Boeken kunnen er vol worden geschreven over zijn veelvuldige hulp. Het buitengewone werk van de Kerk voor de joden van Rome is slechts een voorbeeld van de enorme hulp die Pius XII en katholieken van over de wereld in een geest van onvergelijkbare menselijkheid en christelijke liefde hebben gegeven.” Bij de dood van Pius XII in 1958 schreef de Israëlische premier Golda Meir: “We hebben een dienaar van de vrede verloren. Toen in het decennium van de nationaalsocialistische terreur een verschrikkelijk lot over ons volk kwam, heeft de stem van de paus voor de slachtoffers geklonken.”
Pas na publicatie van het toneelstuk ‘Der Stellvertreter’ begon dat geleidelijk te veranderen, als een langzaam werkend gif. (noot) In 2002 maakte de regisseur Costa-Gravas een film gebaseerd op de leugens uit “Der Stellvertreter”.
De nationaal-socialistische ideologie was principieel anti-christelijk. De nazi’s schrokken er voor terug om tijdens de oorlogsjaren de Kerk al te hard aan te pakken – bv. door de paus gevangen te nemen – omdat duidelijk was dat ze daardoor veel weerstand zouden oproepen, in de bezette landen en ook in eigen land. Het is echter heel helder dat ze van plan waren om de Kerk hard te bestrijden nadat zij de oorlog zouden hebben gewonnen.
 
  
Maximiliaan Kolbe, Poolse priester en verzetsheld. Nam in Auschwitz de plaats in van een medegevangene die tot de hongerdood was veroordeeld. Heilig verklaard.
 
Het is belangrijk om in het oog te houden dat de paus niet de beschikking had over een militaire macht om de Duitsers te weerstaan.
Hij moest opereren vanuit een met de nazi’s bevriende staat, die op een gegeven moment zelfs werd bezet door het Duitse leger. Hij moest rekening houden met het feit dat veel gelovigen moesten leven onder het nazibewind. Dat beperkte zijn speelruimte en mogelijkheden.
Het verwijt dat de paus niet duidelijk genoeg was in het veroordelen van de anti-joodse maatregelen, is in dit licht niet juist.
 
Diverse gedetailleerde studies hebben de kritiek op Pius XII met veel bewijsmaterieel weerlegd.
Hieruit blijkt dat de paus nationaal-socialisme en jodenvervolging consequent en openlijk afwees.
Hij deed dat echter op een omzichtige wijze, beducht voor represailles juist ook tegen joden. De praktijk had immers bewezen dat al te openlijke veroordelingen er direct toe leidden dat de nazi’s grootschalige anti-joodse acties ondernamen. Die
 
Verdedigers van paus Pius XII
 
Onder meer de joodse historicus professor David Dalin neemt het in zijn boek ‘The myth of Hitler’s pope’ op voor Pius XII. (noot)
Andere uitgebreide studies zijn bv. die van Ronald Rychlak (hoogleraar recht aan de universiteit van Mississippi) en de Nederlander Hans Jansen (ex-priester, hervormd geworden, was hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel, en verbonden aan het Simon Wiesenthal Centrum te Brussel. Niet te verwarren met de gelijknamige arabist). (noot)
Zij hebben minutieus onderzocht wat er door de paus is ondernomen in de oorlogsjaren. Hieruit komt een beeld naar voren van een onophoudelijk protest tegen de jodenvervolging (en andere praktijken van de nazi’s).
Dat deed hij enerzijds door in talrijke toespraken, encyclieken en brieven de gelovigen te wijzen op hun christelijke plicht en zich uit te spreken tegen ernstige daden die in tegenspraak zijn met de menselijkheid en het christendom. Anderzijds deed hij dat door kloosters massaal open te laten stellen voor vluchtelingen en joden.
 
De joodse Fransman Serge Klarsfeld, een beroemde nazi-jager, zei over Pius XII dat hij na de oorlog “de strijd tegen het totalitarisme en voor de opbouw van een Europa dat verlost was van het nationalisme” belichaamde. (noot)
De joodse Pave the Way Foundation houdt zich bezig met onderzoek naar de handelwijze van paus Pius XII. Haar voorzitter Gary Krupp verwerpt met kracht een veel gebruikt voorbeeld tegen Pius XII, namelijk dat hij bij de grote Duitse razzia tegen de joden van Rome stil is gebleven. Krupp beschrijft in detail de 16de oktober 1943, de dag van de razzia, hoe Pius XII zich persoonlijk en krachtdadig inzette en zo een bijdrage leverde aan de redding van 7000 van de 8200 joden in de eeuwige stad. De Kerk had zich, op aanwijzing van Pius XII, helemaal ter beschikking gesteld van de joden. Vrijwel alle basilieken, kerken, seminaries en kloosters herbergden en hielpen joden. (noot) Als de paus zich in het openbaar had uitgesproken had dat niets opgeleverd behalve risico’s, maar zijn handelen was des te effectiever.
 
Hans Jansen (Katholiek Nieuwsblad - 2000): “Al in 1986 waren alle relevante Vaticaanse documenten openbaar. Toch lees je steeds “wanneer gaan de archieven eindelijk open. Conclusie: men schrijft elkaar maar wat over”.
Dat laatste constateert Rychlak ook over het boek van Goldhagen, die voor zijn anti-pausboek alléén gebruik maakte van secundaire bronnen. Ofwel, die overschreef wat anderen in het verleden aan onjuistheden hebben opgeschreven.
 
De werkelijkheid
 
De Kerk in Nederland heeft zich voor en tijdens de oorlog heel duidelijk tegen de nazi’s en hun praktijken uitgesproken. In 1934 hadden de bisschoppen aan alle priesters en geestelijken, aan leiders van katholieke instellingen ne leerkrachten in katholiek onderwijs, elke actie ten bate van fascisme of nationaalsocialisme verboden.
In mei 1936 gingen de bisschoppen nog een stap verder. In een mandement verklaarden zij dat allen die aan de NSB in belangrijke mate steun verleenden, niet meer tot de sacramenten mochten worden toegelaten (dus geen biecht, communie, huwelijk, en zelfs eucharistie).
Tijdens de oorlog werd diverse malen een boodschap voorgelezen in de kerken waarin de manier waarop de bezetter te werk ging antichristelijk werd genoemd.
Het verbod om als katholiek lid van de NSB, de WA of de SS te zijn werd bevestigd, evenals het verbod om aan dezen de sacramenten toe te dienen.
 
Relatief veel katholieke geestelijken waren actief in het verzet, en relatief veel geestelijken werden slachtoffer van de nazi’s.
Bv. in het concentratiekamp Dachau werden geestelijken ondergebracht in een aparte afdeling, waar 2500 katholieke geestelijken om het leven kwamen.
Ook in andere concentratiekampen stierven velen.
Bv. in mijn eigen regio via een snelle internetraadpleging, hierna een lijst vermoorde priesters uit de provincie Limburg (tussen haakjes het concentratiekamp waar ze stierven):
deken J. van Oppen (Vught), pr.J. Moonen (Bergen-Belsen), pastoorH.J. Vullinghs (Bergen-Belsen), pastoor P. Windhausen (Buchenwald), rector J. Hendrix (Buchenwald), kapelaan G.Hermkens (Buchenwald), kapelaan V.Ramakers (Bergen-Belsen), kapelaan A.J.A. Sars (Buchenwald), kapelaan J.W. Berix (Bergen-Belsen), rector E.A.G. van den Boorn (Effelt), kapelaan E.A.F. Goossens (Bergen-Belsen), kapelaan J. Naus (Bergen-Belsen), kapelaan L. Penders (Bergen-Belsen), kapelaan H. Lochtman (Bergen-Belsen), kapelaan P. Houben (Neuengamme), kapelaan L. Verdonschot (Bergen-Belsen), pr. F. Helwegen (Buchenwald), pater B. van Beckhoven (Bergen-Belsen), pater H. Zwaans (Dachau), pater G. van den Heuvel (gevangenis Keulen), pater B. Baars (Bergen-Belsen), pater Christofoor Meulendijks (Bergen-Belsen), pater P. Peters (Buchenwald), broeder-oversteValentinus Merkx (Bergen-Belsen).
 
Natuurlijk waren er in de Kerk – als overal - ook geestelijken die niet de moed of de mogelijkheid hadden om echt actief te worden in het verzet. Maar in ieder geval, zoals in een uitgave van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie is te lezen: “Voortdurend klonk het protest van de kerken. Dit heeft onmiskenbaar bijgedragen tot de geestelijke weerbaarheid”. (Verzet in Nederland 1940-1945, dr. C.M. Schulten, 1995, RIOD)
 
Juist door de onafhankelijke status van de Kerk, het gegeven dat de Kerk niet is gekoppeld aan één land, is de Kerk in een gunstiger positie om afstand te houden tot het bewind van een land.
De Kerk is in de door de nazi’s overheerste gebieden één van de sterkste maatschappelijke tegenbewegingen geweest, vermoedelijk zelfs de sterkste. Daar doet niet aan af dat er geestelijken zijn geweest die wel hebben gecollaboreerd, omdat zij niet representatief zijn voor het geluid dat de Kerk in de oorlog heeft laten horen.
Het is buitengewoon onrechtvaardig om een beeld te creëren waarin de Kerk als een lijdzaam toekijkend of zelfs collaborerend instituut wordt afgeschilderd. 
 
Dus, katholieke lezer, als je wordt geconfronteerd met de kritiek dat de paus of de Kerk zich in de oorlog laks heeft gedragen, of heeft geheuld met de nazi’s, spreek dat dan luid en duidelijk tegen. Want dat hoor je te doen wanneer je leugens hoort. Net als een niet-katholieke lezer, trouwens.